FAQ2019-02-26T08:26:17+00:00

FAQ

Deze Frequently Asked Questions zijn een representatieve selectie van vragen die wij frequent ontvangen. Deze vragen hebben wij geclusterd en van een antwoord voorzien. Wellicht dat uw vraag en antwoord hier terug te vinden is.

In een tot 30 km gebied aangewezen bescherm stadsgezicht willen we het aantal ontsierende verkeersborden zoveel mogelijk beperken. Mag bij het verlaten van een 30 km gebied, in plaats van de zoneborden E11(A1)en E11(E1),ook bord F8 worden gebruikt? Of hef ik hiermee tevens het 50 km regime van de bebouwde kom op.2017-11-18T08:23:25+00:00

Artikel 66 van het RVV 1990 geeft het antwoord op deze vraag.

Artikel 66 RVV 1990

  1. Indien boven een verkeersbord het woord «zone» is aangebracht en een aanduiding van het gebied van de zone is toegevoegd, geldt het verkeersbord in het aldus aangeduide gebied.
  2. Indien boven een verkeersbord het woord «zone» is aangebracht zonder aanduiding van het gebied van de zone, geldt het verkeersbord in een gebied dat wordt begrensd door het verkeersbord en een of meer in samenhang met dat verkeersbord geplaatste borden waarmee het einde van de zone wordt aangeduid.
  3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing, als bord E 10 van bijlage 1 is geplaatst.

Het einde van een zone wordt niet aangegeven met het bord F8 (waarmee alleen het einde van het verbod wordt aangegeven)maar met een bord dat tevens het einde van de zone aangeeft. Het bord E11 is daar een voorbeeld van. Zo wordt voor het einde van een zone 30 km/h het einde zonebord bord A2 gebruikt.

Het bord F8 (einde van alle door verkeersborden aangegeven verboden).

Er zijn verkeersborden die een gebod of verbod aanduiden en er zijn verkeersborden waaruit een gebod of verbod voortvloeit (zie art. 8 2 b en e BABW) Met F8 worden niet de verboden opgeheven die voortvloeien uit een bord. Dit zijn bv. de G en de H borden. Met het F8 bord wordt dus niet de 50 km in de bebouwde kom opgeheven.

Mag ik in plaats van einde 50 km ook het bord einde alle verboden neerzetten2017-11-18T08:22:07+00:00

Het bord F8 (einde van alle door verkeersborden aangegeven verboden).

Er zijn verkeersborden die een gebod of verbod aanduiden en er zijn verkeersborden waaruit een gebod of verbod voortvloeit (zie art. 8 2 b en e BABW) Met F8 worden niet de verboden opgeheven die voortvloeien uit een bord. Dit zijn bv. de G en de H borden. Met het F8 bord wordt dus niet de 50 km in de bebouwde kom opgeheven. Wel worden met het bord F8 alle door verkeersborden aangegeven verboden opgeheven. Soms is het voor de duidelijkheid beter om 1 bord te plaatsen. We zien dit bv. bij wegwerkzaamheden, max. snelheid en inhaalverbod opheffen door 1 bord nl. F8.

Als het alleen om het bord A1 50 km/h gaat kan beter het bord A2 50 km/h worden gebruikt. Voor de weggebruiker is dan duidelijk welk bord niet meer van kracht is. F8 wordt gebruikt als het om meerdere borden gaat.

In het blad Verkeerskunde (2004 nummer 7) stond een stukje over een variabel verkeersbord, waarop door het verdraaien van een schijf drie verschillende snelheden kunnen worden aangegeven in een bord A1. Dit riep bij mij de volgende vragen op. 1. Is dit (juridisch gezien) een bord als bedoeld in bijlage 1 van het RVV 1990? 2. Is het bij een dergelijk bord verplicht om er een soort logboek aan te koppelen om achteraf te kunnen nagaan (of bewijzen) welke snelheid op welk moment op het bord werd weergegeven? Bij een ongeval of een bekeuring zal men daarnaar vragen. 3. Hoe moet je een dergelijk bord vastleggen in een besluit (hoe doet men dit bij een vergelijkbaar systeem als Matrixborden)?2017-11-18T08:20:24+00:00

De Rechtbank heeft bij een afwijkend verkeersbord (gebogen bord C2) al eens geoordeeld dat nu geen voorschriften gegeven zijn omtrent het al of niet gebogen zijn van verkeersborden in het algemeen de uiterlijke kenbaarheid en de indruk, die de weggebruikers redelijkerwijze ervan moeten krijgen beslissend zijn mbt de vraag of een bord een bord is als bedoeld in de bijlage van het RVV. Ten deze is aannemelijk, dat bij de weggebruikers geen twijfel kon ontstaan. Dit wilde overigens nog niet zeggen dat het afwijkende bord voldeed aan de wettelijke eisen.

Langs de rijkswegen wordt al langere tijd gebruik gemaakt van panelen die verschillende verkeersborden kunnen tonen, afhankelijk van de situatie. In een computer worden de gegevens vastgelegd zodat later nagegaan kan worden welk bord wanneer getoond werd.

De verbalisant moet wel zeker weten welke snelheid werd getoond toen de overtreder het bord passeerde. Stond hij een tijdje stil? Parkeerde of tankte hij? Er is van alles denkbaar waardoor hij niet kon weten wat de toegestane maximum snelheid was ter plaatse.

In het verkeersbesluit zal gemotiveerd aangegeven moeten worden welke omstandigheden leiden tot het aanpassen van de maximumsnelheid.

Snorfietsers onder welke categorie weggebruiker vallen deze?2017-11-18T08:18:24+00:00

Snorfietsen zijn bromfietsen die de regels (en tekens) van fietsen volgen tenzij anders bepaald is. Zo mogen zij niet met zijn tweeën naast elkaar rijden en het onverplichte fietspad volgen maar dan wel met uitgeschakelde motor.

Artikel 1. af RVV ’90  snorfiets: bromfiets die blijkens een daarop aangebracht merk als bedoeld in artikel 5.6.1, eerste lid, van het Voertuigreglement is geconstrueerd voor een maximumsnelheid die niet meer bedraagt dan 25 km per uur; voertuigen, die op de krachtens artikel 5.6.1, tweede lid, van het Voertuigreglement vastgestelde wijze zijn voorzien van één of twee in dat artikel bedoelde oranje platen of oranje vlakken worden voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld met snorfietsen;

Artikel 2b RVV ’90

De regels van dit besluit betreffende fietsen en fietsers zijn, in plaats van de regels betreffende bromfietsen en bromfietsers, mede van toepassing op snorfietsen en snorfietsers, tenzij anders bepaald.

Artikel 3 RVV ’90

  1. Bestuurders zijn verplicht zoveel mogelijk rechts te houden.
  2. Fietsers mogen met zijn tweeën naast elkaar rijden. Dit geldt niet voor snorfietsers.

Artikel 5 RVV ’90

  1. Fietsers gebruiken het verplichte fietspad of het fiets/bromfietspad.
  2. Zij gebruiken de rijbaan indien een verplicht fietspad of een fiets/bromfietspad ontbreekt.
  3. Zij mogen het onverplichte fietspad gebruiken.Snorfietsen mogen het onverplichte fietspad slechts gebruiken met een uitgeschakelde motor.
  4. Bestuurders van fietsen op meer dan twee wielen en fietsen met aanhangwagen, die met inbegrip van de lading breder zijn dan0,75 meter, mogen de rijbaan gebruiken.
Wie kan mij vertellen of en zo ja welke juridische betekenis een P-bord met de esculaap-afbeelding heeft? Kan hier op de een of andere manier op gehandhaafd worden? Moet hiervoor ook een kruismarkering in het betreffende vak worden aangebracht?2017-11-18T08:16:36+00:00

Het bord met de esculaap heeft geen juridische betekenis. Als men er niet parkeerd is dit meer uit ‘fatsoen’ dan dat men de kans loopt opgeschreven te worden. In art. 24 RVV 1990  lid 1 onder d en in art. 8 BABW lid 2 onder c worden de mogelijkheden genoemd voor de parkeerbebording. Er wordt gesproken over een categorie of een groep voertuigen. Er wordt niet gesproken over een beroepsgroep, in dit geval de beroepsgroep ‘Artsen’. Er is geen artikel dat het parkeren op die plaats verbied.

Welke borden moeten er geplaatst worden, wanneer er binnen een parkeerverbodszone een aantal gegroepeerde parkeerplaatsen gerealiseerd is, waarop een maximum parkeerduur van toepassing is van 1 uur, en een parkeerverbod van 18:00-9:00 uur. Daarnaast geldt op 1 strook binnen ditzelfde gebied enkel de maximum parkeertijd van 1 uur tussen 9:00 en 18:00 uur, maar geen verbod van 18:00 – 9:00 uur?2020-10-12T11:10:13+00:00

Het RVV ’90 kent wel de mogelijkheid van tijdstippen maar niet die van tijdsduur.

Artikel 24 RVV ‘90

  1. De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren:
    1. op een parkeergelegenheid:
      1. 30. op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden;

Een parkeer duurbeperking van 1 uur heeft weinig zin omdat het moeilijk controleerbaar is. Zelfs als langer parkeren wordt vastgesteld is dit in het RVV niet strafbaar gesteld.

Onder het bord E1 kan wel een onderbord met een tijdstip zoals bv. 9 – 18 h. Dit geeft aan dat het parkeerverbod geldt van 8 – 18 h.

Tot parkeren bestemde weggedeelten vallen nooit onder de werking van het parkeerverbod. Een parkeerverbod voor een aantal gegroepeerde parkeerplaatsen kan niet worden aangegeven met een parkeerverbod E1. Zie hiervoor artikel 65 lid 3 RVV ’90.

In dit laatste geval kan gebruik gemaakt worden van bv. E4 met een onderbord waarop is aangegeven: “parkeren verboden van .. – ..h. Parkeren binnen die tijden is een overtreding van artikel 24 lid 1d onder 30.

Welk lettertype wordt als verplicht gezien op straat- en naamplaatsborden?2020-10-12T11:18:18+00:00

Het standaard lettertype dat voor komborden(naamborden) is voor geschreven is het RWS E/e lettertype. E.e.a is vastgelegd in de NEN 3381 en het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990(R.V.V. 1990). Met betrekking tot de het lettertype op straatnaamborden is er niets wettelijk vastgelegd. Wel wordt het gebruik van de verkeersborden norm NEN 1772 geadviseerd. Ook hierbij maakt men gebruik van het RWS E/e lettertype.

Gelden de regels voor RVV borden ook voor borden die worden geplaats op grond van de APV? Ik denk hierbij aan bijvoorbeeld de minimale hoogte van 2.20 voor de onderzijde van een bord “verboden voor honden” in een voetgangersgebied. Dat het verstandig is om dezelfde veiligheidsnormen in acht te nemen is wel logisch, maar kan ik het ook afdwingen op grond van regelgeving?2017-11-18T08:04:55+00:00

In artikel 14 Wegenverkeerswet 1994 staat dat bij algemene maatregel van bestuur en bij ministeriele regeling regels en voorschriften zullen worden vastgesteld omtrent toepassing, afmeting, plaatsing, kleur enz. van verkeerstekens. In Hoofdstuk II BABW staat wat verkeerstekens zijn. Hieronder vallen niet de tekens die geplaatst worden op grond van een APV. Nu er geen( afzonderlijke) regels zijn voor de APV is het verstandig om zoveel mogelijk de voorschriften uit de wegenverkeerswetgeving te volgen als het gaat om afmeting, plaatsing enz. Hierdoor kan veel discussie worden voorkomen. Het kan echter niet worden afgedwongen.

Is het noodzakelijk / verplicht om vak markering in een zone betaald parkeren toe te passen.2017-11-17T16:03:40+00:00

Volgens artikel 225 Gemeentewet kan in het kader van de parkeerregulering belastingen worden geheven ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij de belastingverordening dan wel krachtens de belastingverordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze.

In de parkeerverordening wordt gesproken over een parkeerplaats. Zo is het verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig te plaatsen of te laten staan op een parkeerapparatuurplaats of een belanghebbendenplaats. Wil er sprake zijn van een parkeerplaats dan zal deze ook als zodanig te herkennen moeten zijn. Parkeerplaatsen worden daarom doorgaans aangegeven met vakmarkering.

In CROW publicatie 162: Kwaliteit straatparkeren: leidraad voor beleid en richtlijn voor de uitvoering is veel bruikbare informatie te vinden over deze materie.

Welke verkeersborden zijn vervallen bij inwerkingtreding van het RVV 1990?2017-11-17T16:00:38+00:00

De borden 24, 25, 26, 29, 30, 31, 50a en 50b van bijlage II RVV 1966 zijn niet terug gekeerd in het RVV 1990. Ook de overgangsregeling is niet van toepassing. De borden dienen dus al verwijderd te zijn! Voor de borden 24 t/m/31 kan eventueel bord C9 (met onderbord) van bijlage I RVV 1990 geplaatst worden. Voor de borden 50a en 50b kan wisselend gebruik gemaakt worden van bord E1 van bijlage I van het RVV 1990.

Blauwe zone van 8-18 uur. Is het inderdaad zo dat buiten die tijden dus om 19.00 uur in heel het gebied VRIJ parkeren is?Blijven de eventueel andere verplichtingen van kracht? Zoals alleen maar parkeren op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven.2017-11-17T15:58:35+00:00

Artikel 25 lid 3 RVV geeft het antwoord. Als op een onderbord onder E10 een tijd staat wil dat zeggen dat alleen gedurende die tijd een parkeerschijf verplicht is. De andere tijden niet.
Het blijft echter wel 24 uur per dag een parkeerschijfzone. Dus verboden te parkeren, behalve bij de Ptegel/Pbord of bij de blauwe streep.

In een grotere plaats trof ik aan een G07 (voetpad) met daarboven het bord C03 (eenrichtingsweg). Ik vind dat een vreemde combinatie. Is dit mogelijk?2020-10-12T11:25:18+00:00

G07 met daarboven C03 is onlogisch. Als het al zou kunnen dan nog moest C03 onderop (eerst genoemde bord). Het heeft alleen zin in een voetgangersgebied eenrichting aan te geven als er venstertijden zijn ingesteld voor bv. laden en lossen. Deze krijgen dan te maken met het eenrichtingsverkeer.
Op grond van artikel 8, 2d BABW mag je op het onderbord van G7 bepaald verkeersgebruik toestaan. Dit kan bv. zijn “Laden en lossen toegestaan van 06-11h. Inrijden alleen toegestaan vanaf de Korenmarkt”.

Ik ben op zoek naar regelgeving waarin staat vermeld welke overgangen in snelheid wel of niet zijn toegestaan. Ik heb een situatie aangetroffen, waarbij je van een 80-weg, gelijk overgaat naar een 30 weg. Ik weet dat het niet kan, maar waar staat dat. Ik heb het BABW en wat daarbij hoort, helemaal doorgespit. Ik kan niks vinden. In ons dorp n heeft men in het portaal, bij de ingang van het dorp, dus onder bord H01, een zonebord 30-km opgenomen. Dan kom je vanaf een 80-weg gelijk in een 30-weg.2017-11-17T15:39:34+00:00

In de duurzaam veilig publicatie “Duurzaam veilige inrichting van wegen binnen de bebouwde kom” worden vijf typen bebouwdekomgrenzen genoemd. Mogelijkheid C is die van een gebiedsontsluitingsweg bubeko (80 km/h) met een erftoegangsweg bibeko (30 km/h). Er staan ook oplossingen bij. Het is dus wel mogelijk. Het wordt in het BABW niet verboden. Er moet wel voor gezorgd worden dat de overgang goed is vormgegeven en tijdig waarneembaar is voor de weggebruikers.

Destijds heeft men in onze gemeente een aantal wegen zodanig geconstrueerd dat er bij wegversmallingen aan de ene kant een brede vluchtheuvel werd aangebracht en daartegenover een smalle. De doorgang is dan voor 1 voertuig. Het voordeel hiervan was dat je geen verkeersmaatregel hoefde te nemen (borden plaatsen) omdat destijds in het RVV was opgenomen dat indien iemand een obstakel tegen kwam men het tegemoetkomende verkeer voor moest laten gaan. Op grond waarvan is dat thans geregeld, want volgens mij is het artikel van destijds uit het RVV verdwenen?2017-11-17T15:39:05+00:00

Er is niets aangegeven middels de borden F5 en F6 en vermoedelijk is er alleen een J17 als waarschuwing is geplaatst. Het is nu gewoon een zaak van beleefdheid ten opzichte van elkaar. Er is dan niets geregeld en gemiddeld genomen gaat het goed. Weggebruikers maken inschattingen en handelen daarnaar. Als het werkelijk fout gaat, zal er al snel sprake zijn van een overtreding van artikel 5 van de WVW-1994 en is er mogelijk sprake van 2 verdachten. Zolang er geen wezenlijke problemen ontstaan bij deze versmallingen, zou ik ook zeker niets regelen.

Pas als er bij voortduring conflicten ontstaan door wachtende auto’s die daardoor bijvoorbeeld weer ander verkeer (kruispunt of oversteekplaats) blokkeren, is laatsing van de borden F5 en F6 te overwegen. De hier boven weergegeven zienswijze komt overeen met de toepassingsmogelijkheden die in handboeken etc. op dit punt te vinden zijn. De borden F5 en F6 horen in principe achterwege te blijven.

Op de X in X is een parkeerschijfzone ingesteld met in blauw uitgevoerde parkeerstroken. Op een onderbord wordt een beperkte werkingssfeer aangegeven, nml het gebruik van de parkeerschijf is tot 16.00 uur verplicht. Na 16.00 uur is er een stopverbod tot 18.30 uur binnen de zone (bord E2). Kun je de combinatie stopverbod en blauwe parkeerstroken toepassen?2017-11-17T15:38:25+00:00

Een verbod stilstaan E2 in combinatie met een parkeerschijfzone E10 is niet erg zinvol. Op grond van artikel 65 lid 3 RVV ’90 geldt een verbod stilstaan niet op de tot parkeren bestemde weggedeelten. De blauwe strepen zijn tot parkeren bestemde weggedeelten. De tijd onder E10 geeft aan dat gedurende die tijd het gebruik van de parkeerschijf verplicht is. Buiten die tijden blijft het een parkeerschijfzone en kun je niets beginnen met E2.

De ringweg rond X is grotendeels aangeduid als autoweg. Dit bord wordt na elke kruising herhaald. Nu wordt er regelmatig op de kruisingen gekeerd. Nu is de vraag: behoort het kruisingsvlak ook tot de autoweg? Het wegvak loopt immers vanaf het bord tot de eerstvolgende zijweg. Dus: mag keren op die kruising? De zijwegen zijn geen autowegen.2017-11-17T15:36:12+00:00

De kruispunten in een autoweg horen ook bij de autoweg. Het oversteken vanaf de zijwegen wordt niet gezien als gebruiken van de autoweg (oversteken trottoir is niet “gebruiken” van het trottoir). Keren op de kruispunten is niet toegestaan. Volgens de UvS moeten op autowegen (G3) linksaf vakken aanwezig zijn. Keren op kruispunten is dan ook een overtreding van art. 78 RVV ’90. Op een kruispunt een andere richting volgen dan die door de pijl wordt aangegeven. Of voor beide feiten geschreven wordt is aan de verbalisant.

Een wegvak is het gedeelte tussen twee zijwegen of als er geen zijwegen aanwezig zijn het gedeelte waarvoor de maatregel van kracht is. Nergens staat omschreven tot waar tussen de zijwegen dit wegvak loopt. Mogelijk hoort de zijweg er zelf ook bij, of tot de as van de zijweg. Er is veel mogelijk. Borden staan ook niet direct aan het begin van het wegvak maar op enige afstand van het begin van dat wegvak. We kunnen moeilijk volhouden dat een voorrangsweg steeds begint bij het bord en het kleine stukje er voor ( enkele meters) geen voorrangsweg is. Ook hier geldt “Geef je verstand eens voorrang”.

Het voornemen is een laad- en losstrook in een centrumgebied op zaterdagen te laten gebruiken door een mobiele viskraam. Hoe kan dit het beste aangegeven worden en juridisch juist geregeld worden (bijvoorbeeld met welke bebording)?2017-11-17T15:27:51+00:00

Als het bord E7 geplaatst wordt zonder onderbord is dit bord 7 dagen per week en 24 h per dag van kracht. Op grond van artikel 87 RVV 1990 mag het bevoegde gezag de visboer ontheffing geven van artikel 24 RVV 1990. Hierin kan worden aangeven onder welke voorwaarden hij van deze ontheffing gebruik mag maken. Het risico is dat er al iemand staat om te laden of te lossen op het moment dat hij zijn kraam daar neer wil zetten. Meestal zal dit niet erg lang duren.

Onder het bord E7 kan een onderbord worden aangebracht met bv. de tekst: ma t/m vr. Zaterdag en zondag is het dan geen laad- en losplaats maar een tot parkeren bestemd weggedeelte. Het risico is dat er al geparkeerd wordt als hij daar zijn kraam neer wil zetten.

In de gemeente Sittard-Geleen is op 1 paal een aantal verkeersborden boven elkaar geplaatst. Nu weten we wel dat er voor plaatsing een minimale hoogte bestaat (2,20mtr. binnen bebouwde kom), maar bestaat er ook een maximale hoogte, die het aantal boven elkaar te plaatsen borden gelimiteerd?2017-11-17T15:27:20+00:00

Een maximale hoogte is met zoveel woorden niet voorgeschreven.

Er wordt in Uitvoeringsvoorschriften BABW (het bordenboekje blz. 19 en 20) echter wel degelijk een indicatie gegeven.

Uitgangspunt is dat de waarneembaarheid van verkeersborden te allen tijde verzekerd moet zijn (punt 6). Mede om die reden is bepaald dat buiten de bebouwde kom maximaal 2 borden op 1 paal worden geplaatst (punt 9). Deze bepaling nodigt uit om binnen de bebouwde kom wél meer dan 2 borden aan 1 paal te plaatsen. Dit zal echter ten koste gaan van de waarneembaarheid, enerzijds in verband met het verwerken van de informatie (zie toelichting punt 9) en anderzijds het daadwerkelijk waarnemen van de informatie. Uitgaande van 3 borden aan 1 paal zal de hoogte van de onderkant van het bovenste bord ten opzichte van het wegdek minimaal 3,40 meter bedragen, nogal ver boven de gehanteerde gemiddelde zichthoogte van weggebruikers van ongeveer 1,50 meter (zie toelichting punt 12).

Op grond van voorgaande is het plaatsen van meer dan 2 borden aan 1 paal ook binnen de bebouwde kom af te raden.

De gemeente heeft het voornemen een dijkweg in de spitsperioden open te stellen voor autoverkeer. Tussen 7.30 en 9.00 in de richting van Son, en tussen 16.30 en 18.00 in de richting van Breugel. Er is in de spits dus sprake van eenrichtingsverkeer. Verdere kenmerken: – buiten spitsperioden alleen open voor ontheffinghouders (in twee richtingen) – algeheel verbod voor vrachtverkeer – snelheidsbeperking (n.t.b.) – verbod voor fietsers in spitsperiode Vraag: wat is de meest efficiente wijze van bebording? Zo min mogelijk borden en duidelijkheid voor alle weggebruikers.2017-11-17T15:26:42+00:00

Er zal een groot aantal borden nodig zijn om datgene te bereiken wat de gemeente wil realiseren.

Het aantal borden en onderborden zal zo groot zijn dat de duidelijkheid voor weggebruikers ver te zoeken zal zijn. Daarnaast zal een (groot) aantal ontheffingen uitgegeven moeten worden. De snelheidsbeperking kan alleen naar 60 of 30 km/h. Hierdoor zal de weg de functie krijgen van Erftoegangsweg. Het wordt dan een weg met veel doorgaand verkeer op bepaalde tijden waar fietsers dan niet welkom zijn. Handhaving van een dergelijke ingewikkelde constructie zal vrijwel niet mogelijk zijn. Een vraag als deze laat zich daarom niet eenvoudig via internet beantwoorden. Infrastructuur, handhavingsmogelijkheden, aanvullende maatregelen, plaatselijke bekendheid enz. zullen medebepalend zijn voor het resultaat.

In de gemeente Reimerswaal moet een weg voor ongeveer 500 meter een parkeerverbod krijgen. En nu wil ik graag de juiste borden plaatsen welke moet ik hiervoor nemen. Het parkeerverbod geldt maar voor één helft van de weg.2017-11-17T15:26:11+00:00

Een parkeerverbod kan worden aangegeven met het (zone)bord E1 (parkeerverbod) of met een gele onderbroken streep.

Het verkeersbord E1 van bijlage I geldt slechts voor de zijde van de weg waar het is geplaatst. Het parkeren van een voertuig is echter toegestaan op de daartoe bestemde weggedeelten. Dit zijn bijvoorbeeld de parkeervakken, parkeerhavens of parkeerstroken (artikel 65 RVV 1990). In de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens staan de voorschriften voor het plaatsen van het bord E1 (VNVF Bordenboek 2006 bladzijde 35/36) en het aanbrengen van de gele onderbroken streep (VNVF Bordenboek 2006 bladzijde 55).

Wat zijn de richtlijnen voor het plaatsen van 2 of meer borden op palen langs wegen zowel binnen als buiten de bebouwde kom en wegen met max. snelheid van 80 resp. 100 km.2017-11-17T15:22:19+00:00

De regels voor het plaatsen van borden zijn geen “Richtlijnen” maar zijn “Voorschriften”. Ze zijn terug te vinden in de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens.
Wat betreft het aantal borden staat in de voorschriften: Meer dan twee borden worden buiten de bebouwde kom niet naast of boven elkaar geplaatst. Borden worden gecombineerd in de volgorde van de bijlage 1 van het RVV 1990, dat wil zeggen dat een bord geplaatst wordt onder een verderop in die bijlage genoemd bord.

Dus: buiten de bebouwde kom (ongeacht de toegestane maximum snelheid) maximaal twee borden aan een paal waarbij het eerst genoemde bord altijd onderaan komt. Voor binnen de bebouwde kom is geen aantal genoemd. Het zal duidelijk zijn dat dit geen “totempalen” moeten worden. De hoeveelheid informatie moet zoveel zijn dat de weggebruiker deze op kan nemen.

Er ontstaat nogal eens discussie over de plaatsing van borden. Het belangrijkste bord dient onder het minder belangrijke bord te hangen. Oftewel een bord uit de A-categorie hangt onder een bord uit de B-categorie. Maar nu het volgende: Valt het 30 km/uur-zonebord E10(A1) en E11(A1) onder de A-categorie of onder de E-categorie. Moet het einde 30-zone-bord (E11(A1)) dus onder of boven het bord B06 geplaatst worden? Waar kan ik dergelijke regelgeving, bepalingen terugvinden?2017-11-17T15:17:58+00:00

Omdat zoneborden in het NVV Bordenboek worden aangeduid met E10 ontstaat soms verwarring over de status van een dergelijk zonebord. Het zonebord E10 is de aanduiding voor een parkeerschijfzone. Het is niet juist andere zoneborden aan te duiden met E10. De borden in de vraag genoemd moeten daarom worden aangeduid als Zonebord A1 (30 km/h) en Einde zonebord A2 (30km/h).  Het einde van een maximumsnelheid wordt aangeduid met het bord A2 en niet met het bord A1. Nu is ook de volgorde van plaatsing duidelijk.

Het bord E10(P01) is geen RVV bord maar een bord dat hoort bij een verordening. Om verwarring te voorkomen moet het bord aangeduid worden als Zonebord P01.  Voor E10 is een verkeersbesluit nodig, voor P01 niet. Bij E10 moet je in de vakken parkeren als er vakken zijn, bij P01 is dit niet het geval. Door niet E10 te gebruiken maar het woord Zonebord kan veel verwarring en onduidelijkheid worden voorkomen.

Plaatsing / toepassing van het bord A1 max. snelheid 50 km/uur buiten de bebouwde kom is volgens de BABW (en uw bordenboek-3e editie) toegestaan bij ‘gevarenpunten’. Kunt u mij aangeven wat een gevarenpunt precies is?2017-11-17T15:17:18+00:00

In de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens is wel een definitie ‘wegvak’ opgenomen maar geen definitie ‘gevarenpunt’. Ook in de nota van toelichting wordt geen uitleg gegeven. Kennelijk gaat de wetgever er van uit dat het begrip ‘gevarenpunt’ geen nadere toelichting nodig heeft.

Bij A1 30 en 60 km gebieden wordt wel een uitleg gegeven. Potentieel gevaarlijke punten zoals bijvoorbeeld plaatsen waar voetgangers plegen over te steken, kruispunten met een hoofdroute voor fietsers en kruispunten waar de voorrang is geregeld. Het woord ‘zoals’ geeft al aan dat er hier enkele mogelijkheden worden genoemd maar dat er meer mogelijkheden zijn.  Het woord -punt geeft aan dat het niet om een gebied of om een zone gaat.

Ook een Blackspot (verkeersongevallenconcentratie) is een gevarenpunt. Een locatie (punt) waar meer verkeersongevallen gebeuren dan op vergelijkbare locaties elders.

Als bij het inrijden van een straat (in dit geval 1-richting waar je tegengesteld inrijdt) alleen aan de linkerkant een lichtmast staat, mag je hieraan dan een begin-30-zone-bord hangen (voor fieters die er wel in mogen rijden). Aan de andere kant van de lichtmast hangt immers dan ook al een einde-30-zone-bord, dus het scheelt in dit geval een flespaal.2017-11-17T15:16:30+00:00

Borden worden geplaatst aan de rechterzijde van de weg of boven een rijstrook indien het bord uitsluitend voor die rijstrook geldt, dan wel links van de weg indien het bord uitsluitend voor de linkerzijde geldt. Indien plaatsing rechts van de weg niet mogelijk is, kunnen zij boven de rijbaan worden aangebracht. Ter hoogte van de rechts geplaatste borden kunnen eveneens aan de linkerzijde van de weg of rijbaan worden geplaatst indien daaraan uit oogpunt van waarneembaarheid behoefte bestaat dan wel indien het bord tevens voor de linker zijde geldt. (Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens).

Uitgangspunt: borden worden rechts geplaatst en mogen eveneens (extra) ook links worden geplaatst. Er zijn wat uitzonderingen. Het zonebord 30 km/h valt niet onder de uitzonderingen.

Hoe moet je een bord G11 plaatsen als aan beide zijden van een straat een fietspad is en ik kom van een zijstraat en ik zou oversteken moet bord G11in het verlengde met het fietspad staan of recht op de weg? Het is geen 2 richtingen waar je normaal een onder bord plaats met pijlen.2017-11-17T15:13:33+00:00

Het bord G11 wordt alleen toegepast als dit uit het oogpunt van duidelijkheid gewenst is, als andere weggebruikers (dan fietsers, snorfietsers en eventueel voetgangers) op het pad nadrukkelijk geweerd dienen te worden of als de (snor)fietser moet worden verplicht om gebruik te maken van het pad. Het bord G11 wordt bij voorkeur aan de rechterzijde van het fietspad geplaatst. Het bord G11 staat normaliter haaks op de wegas. Bij een kruispunt van wegen met vrijliggende fietspaden wordt bord G11 geplaatst voorbij de kruising met de laatste rijbaan of met het laatste pad.

Mag het bord BM06 alleen op autowegen worden geplaatst of mag het bijvoorbeeld ook op 80-km wegen worden toegepast.2017-11-17T15:12:59+00:00

Naar onze mening mag dit bord ook worden toegepast op wegen van lagere categorieen om op een eenduidige wijze een vluchthaven aan te geven.

Er is hier wat discussie over het plaatsen van kruismarkeringen, wanneer dit verplicht is, welke functie/rechtsgeldigheid dit heeft.Bij een invalidenpakeerplaats / gereserveerde parkeerplaats plaatsen wij nu een paal met een bord en een kruismarkering. Indien dit bord na verloop van tijd wordt weggehaald, heeft dit kruis dan nog geldigheid, bijv. dat men er niet op mag parkeren?Graag hoor ik jullie mening over het toepassen van kruizen.2017-11-17T15:12:26+00:00

De gehandicaptenparkeerplaats wordt door middel van bord E6 en markering op het wegdek aangegeven en kan aanvullend door doorgetrokken strepen begrensd worden. In het vak kan een kruis of een pictogram aangebracht worden, als extra attentie om oneigenlijk gebruik tegen te gaan. Het pictogram wordt zodanig geplaatst dat het vanaf de rijbaan nog zichtbaar blijft als er een voertuig op de parkeerplaats staat. Deze markering is niet verplicht en heeft ook geen juridische status, ongeacht de aanwezigheid van een bord.

Een 30 km zone sluit regelmatig aan aan een doorgaande voorrangsweg, het bord B6 is bij een inrit constructie niet meer nodig. mijn vraag is; moet het bord B1 op deze doorgaande voorrangsweg nog wel worden geplaatst?2017-11-17T15:10:36+00:00

De bestuurder die uit het 30 km/h gebied komt weet niet dat hij een voorrangsweg op rijdt. Ook als op de zijweg de borden B6 zijn geplaatst weet de bestuurder niet of hij met een voorrangsweg of een voorrangskruispunt te maken heeft. Hij weet alleen dat hij voorrang moet verlenen aan bestuurders op de kruisende weg. Komt hij uit een uitrit dan weet hij dat hij al het overige verkeer voor moet laten gaan.

Dat hij op een voorrangsweg rijdt merkt hij zodra hij te maken krijgt met de borden B1. Binnen de bebouwde kom wordt dit bord geplaatst direct voor zijwegen van de voorrangsweg. Buiten de bebouwde kom wordt dit bord geplaatst op enige afstand na zijwegen van de voorrangsweg.

Borden zijn geldig voor het wegvak waarlangs ze zijn geplaatst. Een wegvak is het gedeelte van een weg tussen twee zijwegen of – indien geen zijweg aanwezig is – tussen twee punten waarop een verkeersmaatregel betrekking heeft. Bij een uitrit eindigt het wegvak niet. De borden voorrangsweg behoeven niet opnieuw te worden geplaatst bij een uitrit van een 30 km/h gebied.

De wegbeheerder mag het bord B1 wel plaatsen na de uitrit ter herinnering aan het bord B1 dat aan het begin van hetzelfde wegvak is geplaatst.
Voor bestuurders op de voorrangsweg is het belangrijk dat zij de aansluiting van het 30 km/h gebied herkennen als uitrit. Een duidelijke vormgeving als uitrit is hier van belang.

Binnen een gebied waar zowel een parkeerverbod- als een 30 km zone zijn ingesteld (aangegeven met E10(A1(30)) en E10(E1) bevinden zich een aantal woonerven welke met G5 en G6 worden aangegeven. Dienen bij het betreden van het woonerf naast G5 tevens de borden E11A1(30)) en E11(E1) geplaatst te worden? Bij het verlaten van het woonerf dienen in ieder geval weer E10 borden te staan neem ik aan?2017-11-17T15:09:59+00:00

Bij de ingang van het erf (G5) worden geen einde 30 km/h borden geplaatst. In de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens (UVS) vinden we in Hoofdstuk II, paragraaf 4, bij het bord A2 dat het bord niet wordt toegepast bij de overgang naar een lagere maximumsnelheid, of bij de toegang tot een woonerf. Bij het verlaten van het erf wordt wel het zonebord 30 km/h geplaatst. Men weet dan dat de toegestane maximumsnelheid 30 km/h bedraagt en geen 50 km/h binnen de bebouwde kom.

Op grond van de UVS, Hoofdstuk 2, paragraaf 1 onder punt 4 mogen een parkeerverbodzone (E1) en een erf (G5) niet worden gecombineerd. Het einde bord voor de parkeerverbodzone is weinig zinvol, het is duidelijk dat de parkeerregels van het erf van kracht worden. Bij het verlaten van het erf moet wel worden aangegeven dat men een parkeerverbodzone in gaat.

Zijn er richtlijnen voor het plaatsen van straatnaamborden, zo ja waar kan ik die vinden.2017-11-17T15:05:06+00:00

Deze zijn te vinden in de Nederlandse Norm straatnaamborden NEN 1772 te verkrijgen bij het NNI te Delft of anders te vinden in de richtlijnen bewegwijzering deel II “niet autosnelwegen” en te verkrijgen bij de Staatsdrukkerij onder nummer ISBN 90 12 081106 8.

Moet er in een 30-km gebied, uiteraard BIBK, bij werk in uitvoering nog het A01bord geplaatst worden?2017-11-17T14:54:32+00:00

30 km/h is zowel binnen als buiten de bebouwde kom toegestaan. Bij werk in uitvoering wordt gebruik gemaakt van de CROW publicaties 96a/96b, Richtlijnen voor Werk in Uitvoering (WiU). Als de snelheid bij werk in uitvoering gelijk is aan de toegestane maximum snelheid (Vwiu = Vmax) kan als extra herhaling wel het bord A1 worden geplaatst, het bord F8 wordt niet geplaatst (vooral in situaties waar veel bestuurders sneller rijden dan de toegestane maximumsnelheid (V85 = >Vmax).

Meer informatie hierover is te vinden in de CROW publicaties 96a/96b, de website WiU, de helpdesk WiU en de cursussen WiU van het CROW.

In verband met tijdelijke verkeersmaatregelen wordt er binnen onze gemeente gebruik gemaakt van bord E4 met een onderbord. Deze borden zijn geel omlijst of aangebracht op een geel bord (afhankelijk van hoe je het bekijkt). Zijn deze borden rechtsgeldig?2017-11-17T14:50:49+00:00

De gele omlijsting of het gele achtergrondbord maakt geen deel uit van het verkeersbord. Ze wordt meestal aangebracht om het bord meer op te doen vallen. In dit geval wordt het geel mogelijk gebruikt om aan te geven dat het om tijdelijke bebording gaat. De tekst op het onderbord kan duidelijkheid bieden. Het verkeersbord zelf moet wel voldoen aan de eisen die daaraan gesteld zijn in de Bijlage 1 RVV 1990 en de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens. Een aantal verkeersborden worden bij tijdelijke toepassing wel uitgevoerd in de kleur geel. In het bordenboek VNVF staan hier voorbeelden van. Dit zijn echter geen borden die voorkomen in de Bijlage 1 RVV 1990.

Het gaat over de modellen BB16-1 / bb17-1lr / bb18-1l vraag van een gemeente: in welke situatie moet- of mag je nou pijlen of blokken gebruiken, want op somige t-splitsingen staan planken met blokken en weer op andere locaties met pijlen de gemeente wil graag uniformiteit hebben en ook is de vraag moet- of mag je 1 of 2 planken gebruiken.2017-11-17T14:48:44+00:00

Voor de weggebruiker kan bebakening een belangrijke rol spelen bij de oriëntatie. Bij verminderde zichtbaarheid van het wegverloop heeft de weggebruiker behoefte aan aanvullende (verticale) bebakening. Er zijn geen wettelijke regels rondom de toepassing, uitvoering en plaatsing van bochtschilden, hekken en planken. Voor aanbevelingen wordt verwezen naar de “Richtlijnen voor de Bebakening en Markering van wegen” (CROW-publicatie 207).

In deel II: Bebakening, vinden we Hoofdstuk 4 Bebakening van kruispunten en oversteekplaatsen.  Jammergenoeg wordt hier niet ingegaan op het gebruik van planken op T-kruispunten. In de website Verkeerstekens.nl en in het Bordenboek 2006 VNVF staan wel de planken met pijlmarkering. Ook hier vinden we geen richtlijnen voor de toepassing. De wegbeheerder kan zelf de gewenste uniformiteit aanbrengen in het gebruik van hekken en planken.

Wat is t.a.v. de verkeersregelgeving het verschil tussen BM 21 in de kleur geel, zwart/wit, blauw/wit.2017-11-17T14:32:44+00:00

De gele koker (verkeerszuil)

In de uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens is bepaald dat binnen de bebouwde kom de borden D2 en D3 voorzien worden van een reflecterende gele koker, verticaal onder het bord geplaatst. Indien deze borden bevestigd zijn aan de masten van verkeerslichten of verlichting kan de gele koker achterwege blijven. De borden D2 en D3 worden uitgevoerd met een diameter van 400 mm (type 0) als ze gecombineerd worden met een gele koker (BM18 en BM19).

Zwart-wit geblokte retroreflecterende zuil

Informatie afkomstig uit Richtlijnen voor de bebakening en markering van wegen. Daar waar behoefte bestaat een zuil te gebruiken als obstakelbebakening of als bebakening van zijgeleiders (bijvoorbeeld ter accentuering van de scheiding tussen auto- en fietsverkeer), kan een zwart-wit geblokte retroreflecterende zuil worden toegepast (BM21, minimaal klasse II). Deze zwart-wit geblokte zuilen worden niet voorzien van de borden D2 of D3.

Stel een parkeerplaats met 2 in/uitgangen. De planning van de gemeente was dat er niet buiten de parkeervakken langs de stoepranden wordt geparkeerd. Men heeft gedacht dit op te lossen door een zonebord verboden te parkeren te plaatsen (E01zb). Mijns inziens mag je nu volgens dit bord ook niet parkeren in de parkeervakken! Mijn oplossing: plaats een bord E4 met onderbord ‘alléén in de vakken’ , en maak de stoepranden waar niet geparkeerd mag worden geel. Correct ? Of heb je een andere oplossing.2017-11-17T13:35:34+00:00

De parkeerplaats kan worden aangeduid met de bekende blauwe P-borden (E04). Voor weggebruikers duidelijk dat het hier om een parkeergelegenheid gaat. Indien een parkeergelegenheid, aangeduid met een van de verkeersborden E 4 tot en met E 13 van bijlage 1, is voorzien van parkeervakken, mag slechts in die vakken worden geparkeerd (artikel 24 lid 4 RVV 1990). Het is niet nodig een parkeerverbod in te stellen of gele strepen aan te brengen. Parkeren buiten de vakken is niet toegestaan.

Wat is de exacte betekenis van onderbord OB07, bestaande uit een figuur van motorfiets en een personenauto?. Is deze betekenis vergelijkbaar met verbodsbord C12; gesloten voor alle motorvoertuigen of slaat OB07 uitsluitend op motoren en personenauto’s en zijn bedrijfswagens uitgezonderd. Het onderbord BO07is geplaatst onder bord C2, eenrichtingsweg.2017-11-17T13:34:54+00:00

Het onderbod is aangebracht onder het bord C2. Nu op het onderbord uitsluitend symbolen voorkomen geldt het verkeersbord slechts voor de aldus aangeduide weggebruikers (art.67 lid 1 onder b RVV 1990).

De symbolen op het onderbord hebben dezelfde betekenis als die welke in bijlage 1 zijn opgenomen. Symbool motorfiets: bord C11 motorfietsen. Symbool personenauto voorzijde: C6 motorvoertuigen op meer dan twee wielen. Symbool motorfiets en personenauto voorzijde: C12 alle motorvoertuigen.

Artikel 67 RVV 1990

  1. Onder verkeersborden aangebrachte onderborden kunnen inhouden:
    1. een nadere uitleg van het verkeersbord;
    2. ingeval op een onderbord uitsluitend symbolen voorkomen: het verkeersbord geldt slechts voor de aldus aangeduide weggebruikers of het aldus aangeduide verkeersgedrag;
    3. ingeval op een onderbord het woord “uitgezonderd” in combinatie met symbolen voorkomt: het verkeersbord geldt niet voor de aldus aangeduide weggebruikers of het aldus aangeduide verkeersgedrag.
  2. Indien het beoogde verkeersgedrag wordt aangegeven door middel van teksten of tekens al dan niet in combinatie met symbolen, blijkt het beoogde verkeersgedrag uit het onderbord.
  3. Symbolen op onderborden hebben dezelfde betekenis als die welke in bijlage 1 zijn opgenomen.

Art. 1 onder z RVV 1990

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder motorvoertuigen: alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails te worden voortbewogen.

Samengevat:

Het onder bord C2 aangebrachte onderbord OB07 geeft aan dat het eenrichtingsverkeer geldt voor alle motorvoertuigen.

Waar moet een gewoon verkeersbord aan vormgeving aan voldoen. Ik bedoel niet de reflectie,afbeelding en afmetingen maar het produkt verkeersbord op zich zelf. Nu zijn er borden in de handel die geheel vlak zijn en borden waar een omgeslagen rand aanwezig is. Waar en op welke manier mogen deze verschillende borden gebruikt worden.2017-11-17T13:32:43+00:00

De constructie van verkeersborden dient te voldoen aan de volgende eisen van de norm NEN 3381 “Verkeerstekens” Algemene eisen voor borden.

  • De voorzijde van het bord moet gelegen zijn in een plat vlak. Opmerking:Gebogen borden zijn niet toegestaan.
  • Het toepassen van een golfrand, omgezette rand of versterkingsframe is toegestaan indien hierdoor het aanzicht niet wordt gewijzigd en de overige bepalingen in deze norm in acht worden genomen.
  • Bij toepassing van een dubbelomgezette rand moet het bord worden voorzien van een afwateringsvoorziening.
  • Het verdient aanbeveling geen bevestigingsmiddelen binnen het beeldvlak aan te brengen. Kan hieraan niet worden ontkomen, dan moet ervoor worden gezorgd dat onder de boutknop een kunststof volgring wordt aangebracht en dat de boutkoppen in de juiste kleur worden uitgevoerd.

In richtlijnen kunnen aanvullende bepalingen zijn opgenomen. Zo worden in de CROW-publicaties 96a (maatregelen voor werk in uitvoering op autosnelwegen) en 96b (maatregelen voor werk in uitvoering op niet-autosnelwegen en wegen binnen de bebouwde kom) het gebruik van verkeersborden met dubbel omgezette randen voorgeschreven. Volledig vlakke borden worden bij voorkeur niet toegepast omdat bij een aanrijding het bord los kan komen van de paal of frame en ‘gelanceerd’ kan worden. De scherpe rand van het bord kan dan ernstig letsel veroorzaken aan weggebruikers of anderen.

Door de branchevereniging VNVF (Vereniging Nederlandse Verkeersborden Fabrikanten) is in samenwerking met TNO industrie het kwaliteitskeurmerk “Qualisign® “ontwikkeld. Voor opdrachtgevers is Qualisign® een waarborg dat de aangesloten fabrikanten en leveranciers op alle terreinen voldoen aan de hoogste eisen.

Wij hebben in een wegvak bord Coi hangen met onderbord OB52 ‘uitgezonderd fietsers”. Nu is het zo dat het icoon fietsers ook voorkomt op bord J24 en het daar ook geldig is voor bromfietsers. Omdat dit zo is, vertelde de politie ons, geldt deze uitzondering ook voor het onderbord OB52 en mogen fietsers hier wel door, terwijl de bedoeling is dat dit niet kan. Kunt u ons aangeven wat de waarheid is?2017-11-17T13:27:59+00:00

Volgens artikel 67 lid 3 RVV 1990 hebben symbolen op onderborden dezelfde betekenis als die welke in bijlage 1 zijn opgenomen. De betekenis van het waarschuwingsbord J24 is fietsers en bromfietsers. Hieruit concludeert men dat het fietssymbool ook voor bromfietsers geldt. Dit kan niet juist zijn omdat voor de bromfiets een eigen symbool gebruikt wordt. Zie de borden C9, C13, C15, E3, G12a en G12b. Het is dan ook juist dat voor bromfietsen eigen onderborden worden gebruikt zoals OB03, OB04, OB53 en OB54.

Op een wegvak dat is verboden voor alle motorvoertuigen die sneller kunnen en mogen rijden dan 25 km/u (bord C12 met onderbord 104) willen we ook brommobielen toestaan. Bestaat er inmiddels een onderbord dat naast het tractorpictogram ook een brommobielpicto heeft? Of moeten eer 2 verschillende “uitzonderings” onderborden onder elkaar worden gemonteerd?2017-11-17T13:27:00+00:00

C12 (gesloten voor alle motorvoertuigen) met onderbord OB55 (uitgezonderd tractor symbool = motorvoertuigen die niet sneller kunnen of mogen rijden dan 25 km/h). Let op de nieuwe nummering in het Bordenboek VNVF 2006!

Op grond van artikel 67 lid 2 RVV 1990 kan het beoogde verkeersgedrag worden aangegeven door middel van teksten of tekens al dan niet in combinatie met symbolen. Het beoogde verkeersgedrag blijkt uit het onderbord. In dit geval dus één onderbord met de tekst Uitgezonderd brommobielen en het tractor symbool. Er is (nog) geen symbool voor een brommobiel.

Is er een standaard bord voor parkeerplaats arts (esculaap)? Zo ja, hoe zit het bord er uit?2017-11-17T13:26:28+00:00

Dit bord staat niet in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens uit 1990 omschreven. Algemeen gebruikt wordt een bord met een afmeting van 400x600mm, blauw/wit met boven een P met daaronder de esculaap en tekst arts.

Mag je in het bord “C01” alle figuren plaatsen. bv “TAXI” als een weg voor alleen taxi’s moeten worden afgesloten?2017-11-17T13:24:39+00:00

Het is niet toegestaan zelf ontworpen verkeersborden te plaatsen. Zie artikel 7 BABW : andere verkeerstekens dan de in dit hoofdstuk genoemde worden niet geplaatst. In dit hoofdstuk worden de borden genoemd van de bijlage 1 RVV 1990.  C1 is de algemene geslotenverklaring. Wil men een geslotenverklaring voor een bepaalde categorie weggebruikers dan moet men gebruik maken van de verschillende C borden.  Bijvoorbeeld C7 Gesloten voor vrachtauto’s of C16 Gesloten voor voetgangers. Als geen C bord beschikbaar is kan gebruik worden gemaakt van het bord C1 voorzien van een onderbord waarop door middel van symbolen, de tekst ‘uitgezonderd’ in combinatie met een symbool of door teksten of tekens al dan niet in combinatie met symbolen wordt aangegeven welk verkeersgedrag wordt beoogd. Zie voor onderborden artikel 67 RVV 1990, artikel 8 BABW en Hoofdstuk III van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens.

Het betreft het toepassen van retroreflekterende (witte) (onder)borden welke zo’n grote terugstraling hebben (mede omdat er veel wit aanwezig is) dat rijdende in dit (beboste) gebied met vaak het groot licht ingeschakeld, je jezelf verblindt door deze weerkaatsing. Daarnaast is er geen openbare verlichting ter plaatse zodat het enige tijd vergt om na het passeren van de bedoelde borden de ogen weer aangepast te hebben aan de donkere omgeving. Het betreffen borden welke de naam van een buurtgemeenschap tonen (lijkende qua grootte op H1) uitgevoerd in zwart/wit (dus niet snelheidsbeperkend) op een 80km-weg. Het onderbord welke verblindend werkt is even groot maar overwegend wit en lijkt (daardoor?) nog sterker retroreflekterend dan het bovenbord. Op dit bord staat in een paarsige kleur miniem de naam (en logo) van de gemeente. Kan het zijn dat er een verkeerde (te hoge) klasse is toegepast? Hartelijke dank alvast voor uw antwoord.2017-11-17T13:21:03+00:00

De keuze van het toe te passen retro-reflecterend materiaal is aan de wegbeheerder. Steeds meer wordt uit verkeersveiligheid overwegingen de keuze gemaakt voor de beste klasse met het hoogste retro-reflecterend vermogen. Vaak maakt de wegbeheerder dan een keuze voor een heel gebied of weg en geen onderscheid tussen bepaalde locaties. Bovendien staat er in de regelgeving dat borden op 1 paal van identiek retro-reflecterend materiaal moeten zijn.

Ik heb begrepen dat een bushalte bord valt onder de verkeersborden. Mijn vraag is waar ik informatie kan vinden betreffende de wettelijke eisen aan deze borden. Of wat deze wettelijke eisen zijn, zoals ophanghoogte, lettergrootte, leesbaarheid, kleurgebruik en dergelijke. ik hoop dat u mij wat informatie kunt geven.2017-11-17T13:18:17+00:00

Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV ’90)

L3 Bushalte/tramhalte is een bord uit de bijlage 1 van het RVV 1990 en dus een verkeersbord (zie ook artikel 4 BABW).

Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens

Hoofdstuk II, Paragraaf 3. Algemene bepalingen ten aanzien van uitvoering van verkeersborden

15. Verkeersborden, behalve de borden K1 tot en met K11, worden uitgevoerd overeenkomstig de norm NEN 3381 (Verkeerstekens, Algemene voorschriften voor borden).

17. Borden worden uitgevoerd met de oppervlakte van de afbeelding in retroreflecterend materiaal. De eigenschappen van het retroreflecterende materiaal komen minimaal overeen met klasse I volgens NEN 3381, met dien verstande dat de borden B7 en D2 minimaal conform klasse II worden uitgevoerd.De borden K worden bij voorkeur eveneens in een retroreflecterend materiaal uitgevoerd.Niet retroreflecterend behoeven te zijn:

  • borden van hoofdstuk E, binnen de bebouwde kom;
  • bord L3 (bus/tramhalte);
  • borden G7 tot en met G10 alsmede G13 en G14;
  • borden in verschijnuitvoering of transparante uitvoering.

NEN 3381

5.5 Symbolen, letters en cijfers

5.5.1 Voor de kleurencombinaties waarin verkeersborden moeten worden uitgevoerd, wordt verwezen naar het gestelde in het RVV 1990. De achterzijde van de borden moet lichtgrijs zijn met uitzondering van bord L3.

5.5.4 De plaats, uitvoering en de grootte van de symbolen op borden zijn nader aangegeven op tekening. Bij vergroting van het bord wordt het symbool c.q. worden symbolen rechtevenredig meevergroot.

Wat zijn de verplichte afmetingen van de verkeersborden buiten de bebouwde kom. (Werk in uitvoering en 30km bord)2017-11-17T13:10:01+00:00

Dit is afhankelijk van het type weg. Op provinciale wegen gelden type II maten rond 800mm, driehoek 900mm en op rijkswegen type II maten rond 1000mm en driehoek 1100mm.

Kunt u mij vertellen waar ik de lettertype, gebruikt voor (onder)borden zou kunnen verkrijgen. Ik heb begrepen dat dit de ‘ANWB Ee’ zou moeten zijn, maar deze komt niet voor in onze letterfont-bibliotheken. Ik neem dan ook aan dat dit een speciaal onwikkelt font is.2017-11-17T13:08:42+00:00

Dit letterfont is mogelijk verkrijgbaar bij Visualogik Technology & Design, tel 073 – 613 27 47.

Welke bord of combinaties van borden is rechtsgeldig voor onderstaande omschrijvingverbodsbord voor diepladers?2017-11-17T13:07:33+00:00

Een geslotenverklaring voor diepladers kan worden ingesteld met behulp van bv. de borden C1 of C7 die voorzien worden van een onderbord met daarop de tekst: “Geldt alleen voor diepladers”. Artikel 67 lid 2 RVV 1990 biedt deze mogelijkheid.

Artikel 67 lid 2 RVV 1990

Indien het beoogde verkeersgedrag wordt aangegeven door middel van teksten of tekens al dan niet in combinatie met symbolen, blijkt het beoogde verkeersgedrag uit het onderbord.

Voor het plaatsen of verwijderen van deze borden is wel een verkeersbesluit vereist. De motivering van het besluit vermeldt in ieder geval welke doelstelling of doelstellingen met het verkeersbesluit worden beoogd. Daarbij wordt aangegeven welke van de in artikel 2 lid 1 en/of lid 2 Wegenverkeerswet 1994 genoemde belangen ten grondslag liggen aan het besluit. Duidelijk moet zijn waarom bv. vrachtwagens wel worden toegelaten en diepladers niet.

In rapporten en bestekken moeten wij met enige regelmaat verkeersborden e.d. voorschrijven. Dat doen wij normaliter d.m.v. de RVV / bordcode. Voor de duidelijkheid zouden wij graag ook een afbeelding van het betreffende bord toevoegen. Kunt u mij vertellen hoe wij aan een digitale database van de borden kunnen komen.2017-11-17T13:06:45+00:00

Naar onze informatie heeft de Grontmij de beschikking over een beheerpakket voor verkeersborden. Mogelijk dat daarvan gebruik gemaakt kan worden. Anders u kunt u terecht bij Visualogik Technology & Design, Postbus 1953, 5200 BZ Den Bosch, tel 073 – 613 27 47 en fax 073 – 614 77 14.

Zijn de verkeerstekens ook digitaal beschikbaar?2017-11-17T13:06:09+00:00

Deze zijn o.m te verkrijgen bij het bedrijf Visualogik Technology & Design uit Den Bosch, tel 073 – 613 27 47.  Tevens is er gratis een bordenbibliotheek te verkrijgen via www.microsoft.nl/ondernemers. Deze bibliotheek bestaat uit 156 symbolen uit het RVV 1990 en 66 symbolen voor vluchtroutes en brandbestrijdingsmiddelen in gebouwen.

Waneer moet je bij 30/60 km zone 2palen plaatsen zo dat begin en eind zone aangeeft of mag je dat ook op 1 paal plaatsen bij bepaalde breedtes van de weg en is dit ook rechtsgeldig2017-11-17T13:01:24+00:00

Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens

Hoofdstuk 2, Verkeersborden, § 2

10. Borden worden geplaatst aan de rechterzijde van de weg of boven een rijstrook in dien het bord uitsluitend voor die rijstrook geldt, dan wel links van de weg indien het bord uitsluitend voor de linkerzijde geldt. Indien plaatsing rechts van de weg niet mogelijk is, kunnen zij boven de rijbaan worden aangebracht. Ter hoogte van rechts geplaatste borden kunnen eveneens aan de linkerzijde van de weg of rijbaan worden geplaatst indien daaraan uit oogpunt van waarneembaarheid behoefte bestaat dan wel indien het bord tevens voor de linkerzijde geldt.

11. Bij gebruik op twee- of meerstrooksgedeelten van autosnelwegen en dubbelbaans autowegen worden de borden A1 en A4, C22, F 1 tot en met 4, J (alle), L5, L7 en L11 geplaatst aan beide zijden van de rijbaan waarop zij betrekking hebben.

Hoofdstuk 2, Verkeersborden, § 4, bord A1

Plaatsing

2. Bij een rijbaan van meer dan 5 m breed of met twee of meer rijstroken in dezelfde richting, wordt het bord indien mogelijk tevens aan de linkerzijde van die rijbaan geplaatst.

Hoofdstuk 2, Verkeersborden, § 4, bord A1

Toepassing

Het bord wordt niet toegepast bij overgangen naar een lagere maximumsnelheid of bij de toegang tot een woonerf.

Ik ben op zoek naar een bord “verhoogde rijbaanscheiding”. Dit bord wordt geplaatse bij een meerstrooksrotonde waarbij de rijstroken worden gescheiden. Het bord is met name van belang voor motorrijders. Groet, Ronald te Schiphorst2017-11-17T12:57:19+00:00

Weefbewegingen op de rotonde kunnen voorkomen worden door voor de rotonde de richting en dus de rijstrookkeuze te regelen.Tussen de rijrichtingen op de rotonde worden soms fysieke scheidingen aangebracht om op de rotonde rijstrookwisselingen te voorkomen. Met behulp van bewegwijzering wordt aangegeven hoe voorgesorteerd moet worden.Verkeersborden die een gevaar aanduiden worden slechts toegepast, indien het gevaar voor weggebruikers onvoldoende of niet tijdig waarneembaar is. Er is geen bord dat weggebruikers waarschuwd voor een verhoogde rijbaanscheiding. Naast de bewegwijzering kan in dat geval ook gebruik gemaakt worden van bord(en) J37 waarbij op een onderbord de aard van het gevaar wordt aangegeven.

Er bestaat apparatuur waarmee de reflectie van borden gemeten kan worden. Kunt u mij vertellen welke leveranciers dit soort apparaten op de markt brengen.2017-11-17T12:55:51+00:00

Er bestaat een systeem dat wordt geleverd door een firma uit Duitsland. Zie hiervoor www.mechatronic.de. Het is bij ons onbekend of dit bedrijf een vertegenwoordiging in Nederland heeft.

Een straat wordt afgesloten door middel van een C1 bord. De fietsers wil men hierbij uitzonderen. Echter de snorfietsen wil men ook weren. Welk onderbord moet er geplaatst worden onder het C1 bord.2017-11-17T12:54:52+00:00

Onder C1 kan een onderbord “uitgezonderd fietsers, uitzondering geldt niet voor snorfietsers”. Artikel 2b RVV ’90: De regels van dit besluit betreffende fietsen en fietsers zijn, in plaats van de regels betreffende bromfietsen en bromfietsers, mede van toepassing op snorfietsen en snorfietsers, tenzij anders bepaald.

Als het een voetgangersgebied betreft kan beter het bord G7 worden gebruikt voorzien van een onderbord: “fietsen toegestaan, snorfietsers niet”. Volgens artikel 8 lid 2 onder d BABW mogen onder bord G7, G9 en G11 onderborden worden aangebracht die een aanduiding inhouden dat de uit het verkeersbord voortvloeiende geboden of verboden niet gelden voor het verkeersgebruik als op het onderbord is aangegeven.

Is het plaatsen van een onderbord aangevende de maximale parkeerduur (zeg 2 uur) toegestaan bij het bord E6 (gehandicaptenparkeerplaats).2017-11-17T12:53:08+00:00

Op het onderbord kunnen dagen of uren worden aangegeven. Gedurende deze dagen of uren mag er uitsluitend worden geparkeerd door motorvoertuigen met daarin een geldige gehandicaptenparkeerkaart en door gehandicaptenvoertuigen. Buiten de aangegeven tijden mag iedereen op die plaats zijn voertuig parkeren.

Met de tekst: parkeren verboden op …..(dag/tijdstip) kunnen de dagen of uren worden aangegeven waarop op die plaats niet mag worden geparkeerd.

Maximaal 2 uur is een tijdsduur en niet een tijdstip zoals bedoeld in artikel 8 lid 2d onder 3e en 4e BABW. Een tijdsduur is oncontroleerbaar. De controlerende ambtenaar zal het voertuig constant in het oog moeten houden om met zekerheid te kunnen zeggen dat het voertuig daar langer dan de aangegeven tijd staat geparkeerd. Een tijdstip kan wel, een tijdsduur niet.

Wat is fluorescerend en retroreflecterend materiaal?2017-10-12T13:35:36+00:00

Het is een combinatie van twee technieken. Overdag is dit materiaal zeer opvallend door zijn fluorescerende kleur en ‘s nachts is het materiaal zichtbaar door zijn hoge retroreflectie vermogen.

Ga naar de bovenkant